
Bewakers van CSNR
CSNR
In 1998 werd het Centraal Suriname Natuurreservaat (CSNR) opgericht door de Raleighvallen, Tafelberg en Eilerts de Haan natuurreservaten met elkaar te verbinden, goed voor een oppervlakte van ongeveer 1,6 miljoen hectare. Deze uitbreiding vergrootte het beschermde gebied van Suriname van 3% naar 13%.

Als een van de grootste natuurreservaten in Latijns-Amerika, werd het Centraal Suriname Natuurreservaat (CSNR) in 2002 door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed. Dit gebeurde vanwege de enorme, ongerepte staat, onbewoonde en jachtvrije gebieden, diverse ecosystemen, rijke biodiversiteit en gezonde, intacte bossen. Regelmatige monitoring en onmiddellijke melding van illegale activiteiten zijn essentieel voor het behoud van dit cruciale gebied.


Het Kwinti-volk dient al lange tijd als beschermer van het CSNR en beschikt over een diepgaande kennis van het gebied. Ze wonen in de dorpen Witagron en Kaaimanston langs de Coppename-rivier en zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van de ecosysteemdiensten die het CSNR biedt.

De gemeenschap wordt echter geconfronteerd met toenemende bedreigingen door illegale houtkap, mijnbouw en grootschalige landbouwprojecten, wat de urgentie om zowel hun land als het CSNR te beschermen, vergroot.