
Ateles P.roject




Slingerapen
Slingerapen (Ateles spp.), die oorspronkelijk voorkomen in de tropische wouden van Midden- en Zuid-Amerika, zijn opmerkelijke primaten die bekendstaan om hun lange ledematen en grijpstaart, die ze behendig gebruiken om door het bladerdak van het bos te navigeren. Deze zeer sociale dieren leven in groepen, die kunnen variëren van slechts enkele individuen tot wel enkele tientallen. In Suriname komt de Guiana roodgezicht slingeraap (Ateles paniscus) voor in primair onverstoord tropisch regenwoud.

In de centrale en zuidelijke regio's van Suriname wordt de roodgezicht slingeraap, door inheemse gemeenschappen bejaagd voor voedsel, een praktijk die een aanzienlijke bedreiging vormt voor hun populaties.
De jachtdruk is bijzonder zorgwekkend voor slingerapen vanwege hun trage reproductiesnelheid, en de voorkeur om vrouwtjes te jagen vanwege hun omvang in bepaalde periodes van het jaar, wanneer de vrouwtjes ook een jong hebben. De moeders worden dan opgegeten en de jongen worden verkocht voor de illegale huisdierenhandel. Naast de jacht is ontbossing en verstoring van hun leefgebied een van de meest kritieke bedreigingen voor deze primaten.
Het Ateles P.roject, een slingerapen onderzoeksprogramma is in augustus 2024 van start gegaan en richt zich op de onbejaagde en ongestoorde populatie rond de Voltzberg in het Centraal Suriname Natuurreservaat (CSNR). Deze populatie werd ook in de jaren '70 bestudeerd en is beschermd tegen jacht en verlies of vernietiging van leefgebied dankzij de beschermde en geïsoleerde locatie. Dit onderzoek beoordeelt de impact van de jacht op hun groepsgrootte en samenstelling in zowel een onbejaagde als een bejaagde populatie.
Technologie speelt een cruciale rol bij het minimaliseren van reiskosten en het verbeteren van de efficiëntie van het veldwerk. Het project maakt gebruik van camera's die in het bladerdak vallen (canopy camera trapping), passieve akoestische monitoring en thermische dronevluchten, waardoor de onderzoekers de groepssamenstelling en -grootte op de onderzoekslocaties effectief kunnen beoordelen.

